maandag 12 mei 2014

De donkere kant van perfectie


Wanneer is je schilderij of illustratie af? Ik dacht altijd dat het gewoon een kwestie zou zijn van werken en verbeteren, tot je vindt dat het goed is. Klinkt heel makkelijk en logisch. Maar wat gebeurt er dan als je het nog niet goed vindt? Betekent dat dat het dan dus nog niet klaar is? Is dat nog steeds zo als je het steeds maar weer niet goed vindt? Of zou het dan misschien wel aan jezelf kunnen liggen en ben je gewoon te onzeker?

Het kan best zijn dat je net als ik streeft naar een soort fictieve perfectie die dus altijd onbereikbaar zal blijven omdat hij niet bestaat.  In die gevallen is het zaak om te beseffen wanneer dat het geval is om vervolgens te accepteren dat het o.k. is. Doe je dat niet dan zal je altijd ontevreden blijven.

‘’Don’t let the perfect be enemy of the good’’-Voltaire

Met andere woorden; in plaats van jezelf te pushen tot het ‘perfect’ is en daardoor nergens te komen, kun je het beter accepteren als iets ‘goed’ is. Het is net iets anders dan de uitspraak “goed genoeg is ook goed genoeg”. Omdat Voltaire ook aangeeft dat die streef naar perfectie je vijand is en je dus juist in de weg kan zitten en je zelfs verlammen.

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor ontwerpen. Als het je lukt om in het algemeen te werken en zelfs te leven volgens de uitspraak van Voltaire, ben je productiever en zorgt het ook voor veel meer innerlijke tevredenheid.

Een voorbeeld van  Gretchen Rubin: “toen ik een iemand vertelde dat mijn goede voornemen was om mijn vrienden verjaardag-emails te sturen, zei zij “je kan beter bellen, dat is veel leuker!”. Dat is wel waar, maar ik haat bellen, dus ik zal ook niet bellen. Wat ik wel doe is een email sturen”. Beter iets dan niets dus en daarmee tevreden zijn. Het is zelfs zo dat als je de lat te hoog legt  de kans groot is dat je het niet eens doet. Perfectie kan namelijk een vernuftig excuus zijn om iets gewoon helemaal niet te doen.

Misschien niet voor iedereen herkenbaar, maar voor mij wel in ieder geval.


Zo ben ik al tijden af en toe bezig aan een illustratie van Den Bosch, waarvan ik nooit weet of het nou wel of niet af is. Ik ben wel tevreden, denk ik, maar heb niet het gevoel dat het perfect is.

Op die manier streven naar perfectie is iets wat steeds terugkomt in alles dat ik in mijn leven doe. Perfectionistisch zijn klinkt als een leuke eigenschap, maar zit me vaak enorm in de weg. Het betekent namelijk niet dat ik alles perfect kan, maar wel dat ik eindeloos ontevreden kan zijn.

Maar als een ontwerp de kwaliteiten heeft waarvan ik wil dat het het heeft, zou ik gewoon tevreden mogen zijn. Dus om mezelf te helpen bombardeer ik deze illustratie dan ook als ‘’af’’. Gewoon omdat het ook goed zo is. Dat betekent niet dat ik er niet mee verder ga door hem bijvoorbeeld te gaan zeefdrukken. Maar als ik gewoon tevreden kan zijn met het ontwerp is dat een eerste en daarmee belangrijke stap om de perfectie geen vijand meer te laten zijn.


vrijdag 7 februari 2014

Everything's not lost


En net wanneer je denkt gewoon niet meer te kunnen ontwerpen en bloggen, lukt het ineens wel weer.

Wat een struggles had ik de afgelopen tijd qua motivatie om te ontwerpen zeg.

Ik heb bijna 2 jaar een ontzettend leuke vaste baan, maar de verspreiding van de hoeveelheid dagen over de week veranderde nogal eens. Sinds kort werk ik vier aaneengesloten dagen, waardoor ik dus ook 3 dagen op rij heb om te kunnen ontwerpen. Daar ben ik erg blij mee en het was een fantastisch en efficiënt plan in theorie.

Maar in de praktijk bleek het toch niet te werken en dat frustreerde me mateloos. Op het moment dat ik vrij was en de hele dag de tijd had, kreeg ik mezelf toch niet zo ver om te gaan ontwerpen. Ik had er gewoon echt geen zin in. Belachelijk vond ik dat van mezelf, ik was flink teleurgesteld in mijn zelfdiscipline en twijfelde of ik ontwerpen überhaupt nog wel leuk vond aangezien het steeds niet lukte mezelf te pushen.

Tijdens mijn vaste baan stuur ik onder andere het bezorgteam van de woonwinkel aan en toen een paar weken terug een van de jongens vrij was, hielp ik de ander met een paar bezorgingen. Ik sprak in de auto met hem over mijn ontwerpfrustraties en vertelde dat als ik mijn maandelijkse treinrit naar Leeuwarden maak, het dan wel altijd lukt. Ik legde hem uit dat ik dat totaal niet begreep, maar hij antwoordde zo simpel en zo doeltreffend dat ik er even stil van werd. Hij zei dat het helemaal niet raar is en het komt door een afgebakende tijd. Ook wel de omgeving zoals ik vermoedde, maar vooral de afbakening van tijd: Je weet dat als je instapt je 2 uur de tijd hebt. Klaar. Dat werkt.

Waarom heb ik daar nooit eerder aan gedacht?! Kaders hebben mij op de opleiding ook altijd geholpen. Op het moment dat ik een opdracht kreeg waarbij alles mocht, liep ik vast. Kaders helpen me richting te geven en vervolgens kon ik natuurlijk juist de grenzen opzoeken en ze eventueel zelfs doorbreken. Een afgebakende tijd klonk dus ook direct zo logisch. Vreemd dat ik me dat nooit eerder beseft heb.

Ondanks die realisatie bracht ik het niet direct in praktijk. Maar nu op mijn vrije dag, terwijl ik over een aantal uur op wintersport ga, vind ik mezelf ineens achter mijn laptop heerlijk aan het ontwerpen. Ik heb er niet eens over nagedacht, het gebeurde gewoon.

Ik moet mijn tas nog inpakken, de was opruimen, het huis in orde maken, vakantieboodschappen doen en eerlijk is eerlijk; mij zelfs nog aankleden.

Maar ik ga zitten, open een leeg Illustrator-document en begin aan een illustratie. Ik voel de tijdsdruk en het voelt heerlijk. Alles lijkt vanzelf te gaan. Ik denk niet eens na, het ontstaat gewoon, net als de letters die ik nu typ. In een razend tempo is de illustratie af en ik voel me top!

En hoewel ik voor mijn gevoel dit soort momenten nog niet echt onder controle heb, ben ik weer een inzicht rijker en een frustratie armer.


Tijd voor een onbezorgde wintersport!

Ps.
Zoals ik samen met Marc een serie metalen vogels verspreidde door Utrecht omdat ze anders weggegooid zouden worden, zo neem ik op wintersport ook een verkeerde druk van pinguïns-buttons mee om ze door Oostenrijk te verspreiden. Volg het net als vorig jaar op mijn Facebookpagina als je nieuwsgierig bent geworden.

woensdag 4 september 2013

Jammer?

Iedereen die artiest is, in welke vorm dan ook, zal regelmatig afgewezen worden, maar zodra het gebeurt is het toch altijd weer jammer. Én ergens goed voor.

Ik zat bij de 10 gekozen kunstenaars die hun idee voor het Kinderboekenbal ’13 mochten presenteren aan de organisatie. Een ontzettend leuke manier, want je ziet ook elkaars ideeën en de sfeer is altijd goed omdat je elkaar snapt, je zit in hetzelfde schuitje. Eigenlijk weer zoals ik al eens eerder vergeleek, zoals Idols, maar deze keer dan de finale. Met zelfs overeenkomstige woorden als: ‘je zit bij de laatste 10 en dat alleen is al een prestatie op zich, je kunt met opgeheven hoofd het strijdtoneel verlaten als je niet door bent’.

Ratio en gevoel botsen altijd even kort op het moment dat je wordt afgewezen. Want de wijze woorden besef je wel, maar toch is het balen. Lang duurt die strijd echter niet, vrij snel overwint de ratio het en sleept mijn gevoel daar in mee. En uiteindelijk resulteert dat in een soort energieboost en juist een positief gevoel dat iets loopt zoals het loopt.

Ik ben ervan overtuigd dat deze specifieke afwijzing goed is om twee redenen. De eerste is dat ik een toelichting heb gekregen op welk punt ik ben afgewezen en welke punten juist wel goed waren. Dat is erg fijn, omdat ik van dat commentaar gebruik kan maken voor een nog betere pitch voor het volwassen boekenbal bijvoorbeeld. Mijn ultieme droom eigenlijk als volgende project, met dezelfde organisatoren. Met de aanwijzingen maak ik wellicht wel meer kans op deelname dan dat ik dat had zonder, had ik zo bedacht.

Het tweede positieve dat ik uit de afwijzing haal, is dat het me weer een lekkere ontwerp-boost heeft gegeven. Weer bezig zijn met (de voorbereiding van) een project  geeft me een heerlijk gevoel. Ik kan weer antwoord geven als me wordt gevraagd waar ik momenteel aan werk. Ik kan mijn creatieve energie weer gericht ergens in kwijt en zodra ik bezig ben met één project, gaan de radars weer draaien waardoor volgende projecten ook ineens op gang komen.

Zo was ik ondertussen (tussen het inleveren van het idee en de uitslag) ook bezig met eigen ontwerpen. Een illustratie van een icoon van Den Bosch, die uiteindelijk deel moet gaan uitmaken van een hele grote illustratieve kaart van de stad.

Maar ook met een 3e Add-on combinatie van een jungle achtergrond, met leeuw/tijgertjes als buttons. De achtergrondafbeelding zal dit keer door middel van een zeefdruk op linnen tasjes worden gedrukt. Vorige keren verkende ik de grenzen van de flock druktechniek en ging er doelbewust overheen. Nu wil ik ook weer alles uit deze druktechniek halen, door gebruik te maken van een halftone techniek.

Halftone is een soort raster, opgebouwd uit stippen. De afbeelding wordt geprint in slechts één kleur inkt, maar de stippen variëren in grootte of densiteit, waardoor er een optische illusie ontstaat van een donkerdere of lichtere kleur. Natuurlijk is dat ook toe te passen met primaire kleuren stippen, waarbij de werking van de menselijke hersenen maakt dat er een secundaire kleur ontstaat, zoals men deed in het pointillisme. (Door gele en blauwe stippen te gebruiken, ontstaat er een optische illusie van groen bijvoorbeeld). Ik zal me in mijn project echter beperken tot één kleur uiteindelijk. En ben daar weer heerlijk mee aan het schetsen op het moment.

Als de afwijzing ervoor heeft gezorgd dat ik nu mijn tijd besteed aan deze projecten en daarbij ook nog eens meer kans heb op deelname aan het volwassen boekenbal, dan denk ik dat ik er misschien wel meer uit heb gehaald, dan dat ik wel door was geweest naar het ontwerpteam.

zaterdag 3 augustus 2013

Een stad 'mijn' stad maken

Mijn moeder vertelde me altijd hoe Gerard Joling voordat hij echt bekend werd er keihard aan werkte. Niet door alleen te trainen en dan wachten of hopen dat hij werd ontdekt, maar door zich gewoon overal te laten zien. Uiteindelijk wordt je natuurlijk vanzelf bekend als je constant overal maar bent. Ze vertelde dat bij elke talentenjacht of muziekfeestje in de buurt hij wel was. Dat iedereen inmiddels zoiets had van “ohnee heb je hem ook weer”, maar dat men dus wel wist wie hij was en wat hij deed.

'Wat de ene Schagernees kan, kan de ander ook' had ik bedacht. Maar dan in Den Bosch en op design gebied. En niet precies hetzelfde hoor, minder negatief natuurlijk en die voorgrond positie zou ik ook heel ongemakkelijk vinden. Maar iets in zijn verhaal trekt me wel. Ik zou dat ook kunnen doen: op elk design/cultureel event aanwezig zijn en/of er op een bepaalde manier mee betrokken zijn. Dat je er vanuit kan gaan dat als er een design evenement is in de stad, dat het vanzelfsprekend is dat ik er ook ben. Bekend of gekend worden heb je immers gewoon zelf in de hand. Of mensen mijn werk ook wat vinden staat daar los van.

Maar voordat ik me overal mee bemoei wilde ik me eerst wat voorzichtiger mengen in Den Bosch en de stad leren kennen. Vrij simpel, zoals je dat altijd doet bij een nieuwe omgeving, zo fiets ik elke keer een andere route naar dezelfde bestemming, of stap ik straatjes is die ik niet ken om te zien waar ik dan uitkom. Zo skate ik steeds een ander rondje naar de omliggende dorpjes en maak ik gretig gebruik van steeds een ander recreatie/natuurgebied.

Maar ook wat structureler, zoals mijn flexplekken-test natuurlijk, maar ook door het bezorgen van de post, de regionale bladen door te spitten, me in te lezen over Den Bosch op cultureel gebied en natuurlijk de toeristische attracties te bezichtigen.
Laatst volgde ik een lezing in de Verkadefabriek o.a. over gerealiseerde community art achtige projecten in Den Bosch. Dat bleek in de wijk te zijn waar ik zaterdags de post bezorgde. En zo ontstaan er vanzelf steeds meer verbindingen met de stad.

Toen ik de keus had gemaakt om naar Den Bosch te verhuizen, had ik al gekeken hoe ik me kon verbinden aan de stad. Dat vond ik meteen: Het museumkwartier zou open gaan voor het publiek, ongeveer anderhalve maand na onze verhuisdag. Op het moment dat ik het museum benaderde woonde ik zelfs nog in Utrecht, maar ik moest en zou dat van dichtbij meemaken. Zo’n aanwinst voor de stad, zo modern en zo’n culturele trekpleister, daar wilde ik bij zijn. En dus ben ik als vrijwilliger gaan werken in de gezamenlijke museumwinkel van het Noord Brabants Museum en het Stedelijk Museum ’s Hertogenbosch. We kregen rondleidingen in de musea die op dat moment nog aan het verbouwen waren. Elke keer zagen we het mooier worden en na de opening door Prinses Beatrix mochten we de eerste bezoekers ontvangen. Het Brabants Dagblad besteedde een week aan de twee musea, twitter ontplofte en de eerste dag werden er maar liefst 6.900 bezoekers ontvangen. De reacties zijn nog steeds lovend en om het allemaal van binnenuit mee te mogen maken is geweldig. (tip: de winkel en restaurant met tuin zijn vrij toegankelijk, dus ook leuk als je niet naar het museum gaat)

Er is nog veel meer te ondernemen om me te blijven ontwikkelen hier en ik zal er dan ook met alle plezier mee doorgaan. Gevolg is wel dat alles waar ik een passie voor heb of ontwikkel dat in mijn hoofd zit, zich uit in (grafische) uitingen. Zoals ik vroeger de personen schilderde die in mijn hoofd zaten, volgen de add-on kaartjes nu vaak mijn leven. Het duurt niet lang meer of Den Bosch zal verschijnen in mijn werk. Liefde ontwikkelen is iets moois, maar pas als je het ook kan uitdragen geeft het echt voldoening.

woensdag 15 mei 2013

Gratis Flexplek(ken) in Den Bosch

Een van mijn manieren om Den Bosch te leren kennen is het zoeken naar plekken waar ik lekker kan werken met mijn laptopje. Een flexplek dus, maar dan wel gratis.

In Den Bosch zijn er net als in Utrecht weer fantastische plaatsen als Seats2meet en de Koffiebrandery, waar je een plek kunt huren om te werken of te vergaderen. Maar net als in Utrecht is het nadeel voor mij dat je daar voor moet betalen, maar vooral ook dat de openingstijden nogal beperkt zijn. Dus startte ik mijn zoektocht naar een alternatieve werkplek.

(Half augustus experimenteerde ik al met werken op zo’n soort flexplek in Utrecht, maar dan zonder internet. Dit om de productiviteit te vergroten en dat werkte ontzettend goed. Ik heb het nog steeds nodig om ergens anders dan thuis te werken, maar het is wel zo handig om zo nu en dan internet te kunnen gebruiken natuurlijk.)


Ik ben dus aangewezen op plekken die vrij toegankelijk zijn en waar gratis Wifi is. Het lastige daaraan is, dat ik het heel belangrijk vind dat ik er niet wordt weggekeken als ik mijn laptopje open klap. Werken op een plek als deze kan als bezwaarlijk worden ervaren, omdat ik nou niet bepaald voor hun omzet zorg. Ik hou uren lang een plek bezet (of 4 plekken op het moment dat ik dit typ), terwijl ik slechts een paar kopjes koffie drink en misschien een broodje als ze geluk hebben. Daarbij dragen al die typende freelancers op een rij nou ook niet echt bij aan een gezellige sfeer. Dat besef en respecteer ik wel, dus mijn ideale flexplek moet aan de grote kant zijn zodat ik niet in de weg zit. Hierdoor vallen automatisch het Douwe Egberts café en Bagels & Beans af om te werken.


Mijn voorkeur is verder zelfbediening of een trage-af-en-toe-eens-langskomende-bediening, zodat ik niet stuiter van mijn 6e kopje koffie na een uurtje werken omdat ik me verplicht voel steeds iets te bestellen. Tot slot zijn openingstijden buiten kantooruren belangrijk, omdat dat juist de tijden zijn dat ik vaak werk.


Hieronder mijn ontdekkingstocht naar gratis flexplekken met Wifi:

V&D
(La Place-café)

Aantal flexwerkers: 2

Stroomvoorziening: als je het juiste tafeltje kiest heb je een stopcontact op tafelhoogte.
Toilet: betalen
Openingstijden buiten kantoortijden: Donderdagavond tot 21.00 en op zaterdag de hele dag. Op koopzondagen geopend van 12.00 tot 17.00.

Geluid: Zachte muziek, winkelende dames, de keuken en af en toe wat kinderen.

Indeling: De volledige bovenste verdieping is restaurant, met een mogelijkheid tot buiten zitten op het dakterras als het weer het toe laat. Ruime indeling met keuze uit 2 of 4 persoonstafels, een grote leestafel of loungestoelen bij de open haard. Tevens heeft de ruimte een ruime U vorm met veel ramen, dus een plekje naar wens is altijd wel te vinden.

Catering: Volledige zelfbediening. Ruime keuze in koffie, drank, broodjes, gebak, ijs en avondeten. Alles uit eigen keuken.

Nadelen: Zo ruim dat het een beetje sfeerloos is en een nieuwe koffie halen of naar de wc gaan betekent dat je je laptop weer moet meezeulen (of achterlaten zonder zicht er op).

Conclusie: 8

Fijne, ruime indeling, zonder opdringerig gevoel. Qua eten ben je in alle gemakken voorzien, maar de winkelende families moet je wel op de koop toe nemen. Een beetje sfeerloos, maar wel een goede plek om de hele dag te kunnen werken als je dat zou willen.

De Bijenkorf
(Café B)

Aantal flexwerkers: 1

Toilet: betalen
Stroomvoorziening: Geen
Openingstijden buiten kantoortijden: Donderdagavond tot 21.00 en op zaterdag de hele dag. Op koopzondagen geopend van 12.00 tot 18.00.

Geluid: Rustig kletsende dames, op de achtergrond koffiekopjes en af en toe wat reclame-omroepberichten.

Indeling: Klein koffie-café achterin op de bovenste winkelvloer. Keuze uit 2 of 4 persoonstafeltjes met achterin een fijne hoek met comfortabele bank.

Catering: Bestellen bij de counter. Keuze uit koffie, drank en gebak.

Nadelen: Gebrek aan stroomvoorziening en eigenlijk maar 1 plek die echt heel fijn is.

Conclusie: 7

Mits het perfecte plekje vrij is het een prettig café om te werken. (Er is één perfect tafeltje om aan te werken; In de hoek aan het raam, mooi uitzicht, geen zicht van anderen op je laptopscherm, in de zon, achterin in een hoek, op de heerlijke bank met veel ruimte) Het gebrek aan stoomvoorziening maakt dat een volledige werkdag niet mogelijk is, maar voor een ochtendje werken is het goed te doen.

De Verkadefabriek
(café-restaurant)

Aantal flexwerkers: 6

Toilet: gratis
Stroomvoorziening: Op diverse plekken is er een stopcontact op de vloer.
Openingstijden buiten kantoortijden: elke dag open van 11.00 tot ongeveer 23.00.

Geluid: Lounge-/popmuziek en gezellig geroezemoes. Af en toe een oproep voor een voorstelling.

Indeling: Ruim, hip café met het restaurant achterin. Keuze in het café voor fauteuils, lange banken, de leestafel, de in het midden staande eettafels, een klein tafeltje 'achter' de bar of een plekje buiten.

Catering: Bestellen aan de bar. Keuze uit drank, koffie (semiautomatisch espressoapparaat!), lunch en diner. Ambachtelijk, duurzaam en verantwoord. Vaak via lokale/kleine boeren of bedrijven.

Nadelen: Vlak voor grote voorstellingen kan het er druk zijn.

Conclusie: 10

S
feervol, ruime keus aan verschillende (werk)plekken en een fijne akoestiek. Doordat er meerdere mensen zitten te werken, voel ik me helemaal op mijn gemak. De verantwoorde keuken, goede koffie, ongedwongen sfeer en ‘Berlijn-uitstraling’ in de voormalige koekjesfabriek, doet mijn hipster-hartje heel hard kloppen. 


Mijn topper is duidelijk. Ik zal er vanaf nu regelmatig te vinden zijn!

maandag 29 april 2013

Warrior kostuum voor Kunst om het Lijf

Het is al weer even geleden, maar inmiddels is mijn laatste deelname bij Kunst om het Lijf geweest. Het waren weer 3 mooie dagen, waarbij ik tevreden kan terugkijken op mijn kostuum.  De verbeterpunten die ik mezelf had gesteld waren dit keer goed gelukt: de afwerking en de theatrale ‘look’ waren erg geslaagd. Daarbij bestond het kostuum uit onderdelen, waardoor het ook praktischer was dan de keren ervoor.

De tekst uit het programmaboekje:

Het kostuum van de stoere maar rechtvaardige strijder, is gemaakt van ruim 11.000 tie-wraps (ongeveer 100 per 10cm2). De tie-wraps hebben verschillende lengtes en het kostuum is volledig gemaakt zonder naald en draad. Alle plastic bandjes zijn vastgemaakt aan een basis van gaas die zo het hele kostuum vormen. De inspiratie waren mannelijke strijders/krijgers; de elementen die hun lichaam tijdens het gevecht bedekken zijn het uitgangspunt geweest voor de vorm van het kostuum.

Wat ik als ontwerper het leukst vond, was om het volume te creëren van zo’n simpel dingetje als een tie-wrap. Door de eenvoud te bewaren (door niets extra’s toe te voegen) kwam dat concept nog sterker naar voren.

Doordat mijn model Lee.O het enige mannelijke model was in de show, vielen we enorm op. Het model versterkte mijn kostuum door zijn uiterlijk dat associaties opriep als oermens of gladiator. Tevens was de act op de catwalk intimiderend en krachtig. Geslaagd dus naar mijn mening, maar de eerlijkheid gebied mij ook te zeggen dat het misschien te heftig voor het publiek is geweest die de rest van de avond naar mooie, sierlijke, vrouwelijke jurken keek. Ze waren in shock leek het wel, en het was natuurlijk ook niet te vergelijken met de andere acts, waardoor een waardeoordeel moeilijk te geven was.

Ik kan niet zeggen dat ik dat niet jammer vond. Ik was erg tevreden over mijn kostuum, in meerdere aspecten, maar voor mijn gevoel werd ik niet begrepen door het publiek. Toen ik mij inschreef zou er een mannen-thema komen met de stoerheid van de man als thema. Daar paste mijn kostuum goed bij, ik denk dat we dan goed tot ons recht waren gekomen, maar helaas waren er te weinig andere deelnemers waardoor het thema is komen te vervallen. Dat gaf ons in een klap die uitzonderingspositie.

Gelukkig waren er ook mensen die het wel snapten en de tie-wraps een geweldig effect vonden. Om die reacties doe je het natuurlijk, maar eigenlijk zou het niet uit moeten maken wat de rest van de wereld vind, zolang ik er zelf maar tevreden over ben. En dat ben ik. En trots ook, dat ik het maar weer geflikt heb zonder kennis over kostuums en mode. 

Fotografie: Marco van Ammers en Pixellaar
Visagie: Studio New Look
Model: Lee.O

donderdag 28 februari 2013

's-Hertogenbosch

Ik zal niet liegen, ik hou zoals elk mens niet van veranderingen. En toch ben ik in mijn korte leventje toch al 7x verhuisd en de 8e verhuizing staat nu voor de deur.

Den Bosch is de plek waar ik nu op voorbereid. Dat gaat voornamelijk gepaard met momenten van puur geluk en onuitwisbare glimlachen met hoge piepgeluidjes. Maar voordat die definitieve beslissing te gaan verhuizen kwam, waren er ook momenten van lichte angst, onzekerheid en een algeheel down-gevoel.

Logisch. Wéér mensen achterlaten, zoals altijd in de steden die ik gepasseerd ben. Wéér opnieuw de weg vinden, een stad ‘eigen’ maken en nieuwe mensen leren kennen. En dus ook weer de onzekerheid of dat zal falen of slagen.

Bang om er in te falen was behoorlijk, want ik weet hoe ongelukkig me ik kan voelen als de stad niet van mij voelt en ik er nauwelijks mensen in ken. Er zijn talloze goedbedoelde, lieve dingen gezegd om me te ‘helpen’, maar zonder resultaat, ze hadden eerder het tegenovergestelde effect. (“Het komt wel goed.” lokt bij mij de reactie uit “Misschien wel niet, dat weet je niet! En dat gaat niet vanzelf.”)

Maar ineens was het er! Door een wegwuivende en bijna niet gerelateerde opmerking van Marc, bij het uitspreken van mijn dilemma over verhuizen naar Den Bosch en vooral het achterlaten van Utrecht: “ah welnee joh, is juist leuk. Den Bosch heeft op cultureel gebied het EKWC, een kunstopleiding...en dit en dat…en..”. Hier dwaalde ik al af.

Het was niet zozeer de uitspraak, maar de realisatie die het bij mij teweeg bracht; namelijk dat ik een nieuw gebied heb om te veroveren op designgebied!

Het zit zo: Groningen, de stad waar ik studeerde, had een overzichtelijk netwerk van creatievelingen en de organisaties. Iedereen wist elkaar wel te vinden en ondanks dat ik me niet teveel  in dit gezelschap wilde mengen, omdat ik wist dat ik er gauw weg was, werd ik al snel gevraagd voor projecten.

Utrecht daarentegen, was een stad van anderen, niet van mij (nog). Ik heb nooit goed kunnen bevatten waar, hoe en wie het creatieve netwerk vormden daar. En dat vind ik lastig. Ik hou er niet van als ik ergens het overzicht niet van heb. Ik wil het kennen, snappen, door en door, van achter naar voor, en er middenin zitten. In Utrecht gebeurde dat niet. Misschien was het de grootte of de verspreiding, ik weet het niet.

Den Bosch is dus de volgende stad en compleet nieuw voor mij. En ik zal je zeggen waarom dat in plaats van angst, nu enthousiasme opwekt.


Utrecht en Groningen lopen naar mijn idee flink voor op hippe culturele evenementen. Niet de musea en monumenten bedoel ik dus, nee de jonge creatieve markt, het nieuwe werken, het nieuwe denken.


Hoe mooi is het dan dus om juist naar Den Bosch te gaan? In die andere steden zijn deze dingen er al, dus wat voeg je dan nog toe? Den Bosch is daarentegen nog best blanco. Hoe mooi is het dan om in navolging van de andere steden, Den Bosch ook een soort ‘puha shoproute’ te geven, een bekend gezicht van Fablab te worden, deel te nemen aan een Maker Faire en Pecha Kucha’s daar of ze juist organiseren..

Dát is wat ik me realiseerde na de opmerking van Marc. Ik zag ineens kansen.

Den Bosch. Voor mij de stad van de mogelijkheden. En juist niet omdat die mogelijkheden of markt er al is. Puur omdat hij nog te creëren valt.

zaterdag 26 januari 2013

Kaartverkoop Kunst om het Lijf is gestart

Een paar jaar geleden was ik begonnen met een kostuum van tie-wraps voor de show Kunst om het Lijf. Ik heb toen het materiaal onderzocht, gekeken hoe ik ze het best kon ‘knopen’ voor een vol effect. Ik beheerste uiteindelijk de techniek, maar qua ontwerp heb ik het niet gered tot een totaal kostuum dat jaar.

Dit jaar ben ik begonnen bij het ontwerp. Gecombineerd met de kennis die ik al eerder had opgedaan over het materiaal, kan ik nu wel het kostuum tot een goed eind brengen.

Voor het ontwerp heb ik gekeken naar mannelijke strijders; naar wat ze allen gemeen hebben in hun ‘outfit’ tijdens een gevecht. De plaatsing van die elementen zijn praktisch, zoals het arm waarmee gevochten wordt dat bedekt is, evenals de kwetsbare delen die niet beschermd zijn met een schild. Dit soort elementen zijn de uitgangspunten voor mijn kostuum. Mijn (mannelijke)model, zal de uitstraling hebben van een strijder, een vechter. Stoer maar rechtvaardig.

Met een duidelijk uitgangspunt als deze was ontwerpen totaal niet moeilijk. Tijdens het maken van het kostuum kwam ik natuurlijk steeds wel praktische dingen tegen, maar het was vooral veel doen.

Duizenden tie-wraps zijn al door mijn handen gegaan, en de tijdsdruk zorgt voor de nodige stress. Maar inmiddels ben ik bezig met de laatste loodjes en dan hoef ik straks alleen nog maar te genieten van de show.

De kaartverkoop is inmiddels gestart en het loopt al aardig vol, dus wees er op tijd bij als je nog een kaartje wil bemachtigen.
De show van word gehouden van 8 tot en met 10 maart 2013. Op 8 en 9 maart begint de show om 19.30 tot 21.30. Op 10 maart begint de show om 15.00 tot 17.00. De prijsuitreiking is op 10 maart om 17.30.
 
Ik zou het natuurlijk enorm leuk vinden als jullie komen naar de show. Kaartjes kun je hier kopen. Hopelijk tot dan!

maandag 31 december 2012

Gelukkig nieuwjaar


Een beter moment dan tijdens de overkill aan jaaroverzichten van 2012 kon ik niet bedenken om deze blogpost te publiceren. Een jaaroverzichtzoals ik vorig jaar heb geschreven had ik dit keer geen behoefte aan, maar een besef dat mijn blog door de maanden/jaren heen veranderd is, bedenk je wel op zo’n moment.

Tijdens een designborrel een paar maanden geleden, werd mijn blog getipt aan een dame van rond de 40 die op zoek was naar wat ze nu wilde in haar leven: Voor zichzelf beginnen of niet, de twijfel, de onzekerheid. Immers, is 40 niet de leeftijd dat je leven al nagenoeg bepaald is? Dat je niet meer kan wijzigen in beroepskeuze? Is dat niet gewoon te laat? En wat zet je op het spel als je het wel doet..?

Mijn blog werd omschreven als een zoektocht naar (en erachter komen) wat wel en niet voor je werkt. Over weten waar je behoefte aan hebt of er achter komen wat je behoeftes zijn.

Het was raar iemand anders te horen praten over mijn blog, maar vooral dat de omschrijving ervan in eerste instantie niet rijmde met wat ik in mijn hoofd had. Het deed me beseffen dat mijn blog al lang niet meer was hoe ik het ooit gestart heb. Hoewel ik erg blij ben met hoe het nu geworden is, was de intentie totaal anders.

Ooit is mijn blog ontstaan omdat ik zoveel foto’s maakte van het proces tot het eindproduct dat ik dat wilde delen. Een kijkje achter de schermen. Daarbij kwam dat mensen zich vaak afvroegen hoe ik nou van een idee tot een ontwerp kwam. Of soms zelfs hoe ik überhaupt op een idee kwam.

Het leek me daarom leuk, ook voor mijn eigen documentatie, om dat bij te houden. Zeker tijdens een proces dingen samenvatten en benoemen waar de verbeterpunten liggen, zou me moeten helpen in de goede richting. En dat werkte zeker. Het begon in 2010 met foto’s van een proces. Later tekst en beeld van de processen waar ik middenin zat. En op een gegeven moment werd het meer tekst dan beeld en ook steeds persoonlijker in plaats van alleen maar het project zelf. Dat werkte. Daar kreeg ik de meeste positieve reacties op en werkte voor mezelf ook heel fijn.Mijn internetdagboek heeft inmiddels een voor mij prettige balans gekregen tussen puur het proces van bepaalde projecten en de iets diepere teksten die meer over mijzelf gaan.

Ik vind het heerlijk om het proces van me af te schrijven en mijn enthousiasme te delen. Maar eerlijk gezegd had ik ook niet altijd zin om steeds aan vrienden uit te leggen waar ik mee bezig was, dat hoeft nu ook niet meer. Ik kan nu gewoon naar mijn blog refereren, en ook de geïnteresseerden doen dat op die manier: ,,Hey ik zag je Add-on t-shirts op je blog, wat leuk! Hoe was de proefdruk?”.

Ik ga er vanuit dat mijn blog in de vorm die hij nu heeft, nog wel even zal blijven bestaan, maar ik laat me voeren door de wind. Ik kijk niet te ver voor uit, leef dag voor dag, en laat de weg “erheen” mijn blog vormen. Waar “erheen” dan ook is, of het er is, en of ik er ooit kom, is irrelevant. Misschien is het wel net als het leven en “is de weg zelf je bestemming”-Confucius, zoals een lezer me laatst zei.

Jullie zijn er bij terwijl ik die weg bewandel. Samen gaan we het nieuwe jaar in. Dank voor het lezen; het geeft mij het plezier om hier keer op keer te schrijven. Ik wens iedereen een prachtig 2013 toe, dat het maar veel moois mag brengen.

donderdag 8 november 2012

Wintertijd

Ineens waren ze er: kerstkaarten met de uiltjes en pinguins van de Add-on t-shirts.

Ik kan nu wel een enorm lange blogpost gaan schrijven over hoe het zover kwam dat ik kerstkaarten ging maken. Over hoe het ontwerpproces verliep en welke dingen ik tegenkwam, maar zo ging het helemaal niet. Het was meer iets van: pats-boem-klaar.

Het idee ontstond in de loze minuten onder de douche, voor het slapen gaan, in de trein of als ik even aan het wegdromen was op mijn werk. En ik had er wel wat over nagedacht over hoe ik dit zo efficiënt en goedkoop mogelijk kon aanpakken, maar ook dat had niet meer dan die zojuist genoemde loze minuten gekost. Ik zette het op de planning voor de maandag en het lukte gewoon.

Geen issues, geen ontwerp-block, geen lastige keuzes, geen getreuzel, gewoon gaan. Het kwam denk ik omdat ik een goede basis had; de vormgeving was er al nagenoeg, het moest alleen ‘Christmassy’  gemaakt worden.

Dus zonder er meer woorden vuil aan te maken:

De kaartjes zijn te bestellen en te verzenden op mijn pagina van 'Send a Smile': phebelilian.sendasmile.nl. Je kunt kiezen of je een ansichtkaart of wenskaart wilt en zelf je tekst (en/of zelfs een afbeelding) aan de binnen- of achterkant van de kaart plaatsen. Het is natuurlijk ook mogelijk om er meerdere blanco te bestellen om thuis te schrijven.

Wie weet wat er nog meer voor mooie kaartjes zullen komen... 

zaterdag 27 oktober 2012

Laatste keer deelname 'Kunst om het Lijf'

Al eerder schreef ik eens een stukje over het gevaar van ontwerp pitches. Natuurlijk, ik ben er ook kritisch over, zeker als je jezelf serieus neemt als professioneel ontwerper, vind ik dat je er niet aan (teveel) moet deelnemen. Ik denk dat je er heel erg mee op moet passen, maar soms zegt je hart iets anders. In die gevallen ben ik van mening ik dat je je hart gewoon moet volgen. Met mate dan.

Dat ik luisterde naar mijn hart bij een pitch, was bijvoorbeeld zo toen ik het t-shirt voor het Ronald Mc Donalds Fonds ontwierp in samenwerking met Rauw ontwerp. Voor een goed doel, op een regenachtige zondagmiddag, zonder er teveel tijd aan kwijt te zijn. Redenen waarom ik het voor mezelf kon verantwoorden.

Er is nog zo’n project dat ik puur doe omdat ik er zoveel plezier aan beleef. Kunst Om Het Lijf. Zonder dat ik af wil doen aan de organisatie of de wedstrijd, is het nou niet iets waar ik als ‘professioneel designer’ wat aan heb. En niet in de laatste plaats omdat het niet mijn vakgebied is: mode/kunst.  Het is des te meer iets wat ik een ontzettend interessant gebied vind. Niet zozeer mode, daar heb ik niks mee, maar juist draagbare kunst. Dat fascineert me.

Als beginnend kunstacademie-studentje deed ik voor de eerste keer aan deze wedstrijd mee. Nog nooit een knoop aangenaaid (daar heb je immers moeders voor) en zonder naaimachine of enige kennis, besloot ik een jurk te gaan maken. Met veel vallen en opstaan lukte het me om een mooi geheel neer te zetten. Er werd wat gelachen door mijn medekandidaten om mijn gebrek aan kennis en de daardoor verkeerde keuzes in stof bijvoorbeeld, maar uiteindelijk mocht het resultaat er zijn. Mijn model schreed prachtig over het podium in een loodzware maar luxueuze gala jurk van duizenden glimmende paperclips. Het bleek tevens de start van haar nu glansrijke modellencarrière.
Het was een flink intensieve tijd van eindeloos lang werken aan de jurk, oefendagen, pas sessies en de drie dagen lang durende show. Maar hard werken loont des te meer. Het was geweldig! De reacties waren lovend, mijn model straalde en alle ontwerpers vormden een leuke groep. “Volgend jaar weer hè?” was het meteen.

Zo gezegd zo gedaan. Het jaar erop wilde ik me verbeteren in de afwerking en me dus ook meer richten op goede naaitechnieken. De naaimachine had ik aangeschaft, de details werden beter, maar het thema was moeilijk. Het thema ‘Glow in the dark’ zorgde ervoor dat ik als het ware twee kostuums moest maken. Een beeld voor als het licht uit is tijdens de show, maar ook een voor met het licht aan (vond ik zelf). Ik verloor me in de details dit keer en had een heel subtiel kostuum in plaats van groots en theatraal. Al met al had ik mezelf verbeterd en was ook deze creatie weer bijzonder.

Ik had weer goede verbeterpunten gevonden voor de derde keer deelname. Die derde keer lukte het echter niet. Ik zat midden in mijn eindexamen, mijn relatie was net over, woonde weer alleen en was nog bezig om het allemaal te verwerken. Ik had wel een concept voor deze editie van Kunst Om Het Lijf, maar geen exacte vorm nog voor het kostuum. Het ontwerpen liep niet lekker en ik werd ook nog eens ziek op het moment dat ik dacht alles nog even in te kunnen halen. Vreselijk vond ik het om te moeten opgeven, maar ik redde het echt niet. Niet met het niveau dat ik voor ogen had in ieder geval. Huilend hing ik aan de telefoon, omdat het voelde als falen. Er waren al kaartjes gekocht, mijn model keek er naar uit, maar ook de organisatie wilde ik niet teleurstellen. De reacties waren allen lief en meelevend en de organisatie stimuleerde me door te gaan, maar ik stopte. Ik stopte en mijn ouders accepteerden dat. 

Ik schreef er een kleine blogpost over en ik weet tot op de dag van vandaag nog hoe mijn stagebegeleider reageerde toen hij het las. “Phebe heeft iets goeds gedaan, echt knap!” verkondigde hij in de designstudio. Vol verwachting werd er opgekeken; “wat heb je gemaakt dan?” werd er zacht gevraagd. Maar Marc zei vol trots: “Phebe heeft een project gestopt. Besloten niet er niet mee verder te gaan.” Hoewel iedereen hem wat glazig aanstaarde op dat moment (inclusief ik), begreep ik zijn opmerking pas veel later.
Je eigen projecten loslaten waar je enthousiast over bent geworden, aan hebt gewerkt met hart en ziel, is een van de moeilijkste dingen om te doen als designer. En dat wist hij. We krijgen er als ontwerper allemaal meer dan eens mee te maken: 'kill your darlings'. "Soms is het moeilijk toe te geven dat iets wat je hebt gemaakt (en dat je leuk vind) niet werkt voor een bepaald project. Het lijkt dan een grote stap op compleet opnieuw te beginnen, maar bedenk dat elk eind een nieuw begin is." (Uit: Graduation Guide For Design Students). Terwijl het voor mij voelde als falen, vond hij het dus juist een ontzettend goede stap.

Dat jaar ben ik niet naar de show geweest om de rest te bekijken, dat zou steken. Het jaar erop deed de originele organisatie niet meer mee en hoefde het voor mij ook niet zo. Maar dit jaar kreeg ik een mailtje dat de voltallige staf van voorgaande jaren terugkeerde als organisatie van Kunst Om Het Lijf. Natuurlijk wekte dat meteen mijn enthousiasme, maar toch twijfelde ik nog. Toen een week voor de deadline mijn vader een artikel uit het NoordHollands Dagblad doorstuurde dat het de 5e editie zou zijn en dus heel spectaculair zou worden, was dat de laatste push die ik nodig had. 


Ik ben ontzettend toe aan mijn derde, maar ook laatste keer Kunst Om Het Lijf . Ik maak af waar ik ooit mee ben begonnen, maar nu met een goed voorbereid ontwerp. Ik typ dit terwijl ik nog onderweg ben naar het selectiegesprek, maar zal jullie daarna weer op de hoogte houden van het ontwerpen en maken. Alles gaat straks weer van start, het zal wel weer intensief worden, maar ik kijk nu al uit naar het genieten van de show(s). Het moment dat je ziet, maar vooral de voldoening voelt, waarvoor je het allemaal gedaan hebt. Onbeschrijflijk.

zondag 2 september 2012

Midnight blogging

Een mug.   Middernacht.    -Zucht-

Ik sliep al bijna, maar er zat een mug in mijn kamer. Het frustreerde me mateloos, sloeg wild en al scheldend om me heen en bedacht me vervolgens wat ik zou kunnen doen om het te verhelpen of het dragelijker te maken.
Gestoken werd ik toch wel, slapen kon ik niet door dat stomme gezoem, ik wilde niemand wakker maken, dus het licht aan doen op zoek naar de mug was ook niet echt een optie.

Dan maar werken achter de laptop. De mug hoorde ik regelmatig zoemen en nog vaker werd ik geprikt. (Zit zo’n beest dan nooit vol?) Maar het was te doen. Werken was in tegenstelling tot slapen wel haalbaar met mug en een stuk minder frustrerend.
Ik maakte wat illustraties af en begon vervolgens met ontwerpen van iets nieuws. Iets wat geïnspireerd was op een opmerking van een vriend over een boek van me.


Het zit namelijk zo. Ik heb het prachtige boek “Exactitudes”. Een boek met foto’s van bepaalde groepen mensen met hun bijbehorende dresscode. (Echt even de website checken als je het niet kent) Zo’n heerlijk visueel boek wat niet in de kast mag staan, maar waar vooral veel door gebladerd moet worden. Te zwaar voor op de bank, een boek hoort niet op de eettafel en op elke andere plek wordt hij niet bekeken. Hij kwam niet tot zijn recht, omdat ik in mijn studio geen salontafel heb en als ik hem had gehad, het boek er niet op had neergelegd. Het was iets waar ik me eigenlijk pas bewust van werd toen tegen me werd gezegd dat het boek een typisch salontafelboek was. Correct.

Zelf vind ik een los boek (of iets anders) helemaal niet mooi op de salontafel, dus had er nooit over nagedacht. 
Maar de salontafel was in dit geval de perfecte plek voor het boek dat ik zo trots bezat. En dus besloot ik een ontwerp te maken voor een salontafel waarop het salontafelboek wel mooi tot z’n recht zou kunnen komen. Een plek waar hij mooi open kan liggen en uitnodigt tot bladeren. Niet een salontafel met een mooie opbergruimte voor een boek ofzo dus, nee meer met het doel van een boekenstandaard waar je een boek in toont op een bepaalde pagina of zo’n schuine plank ik je kast voor het mooiste boek.

Verder dan wat schetsen en wat proberen met papier/balsahout kwam ik niet die nacht, maar dat was niet erg. Het was een ideetje, dat ik kon uit gaan werken. Nadat ik mijn kast verder heb uitgewerkt dan. Ik heb nog voldoende te doen.

Werken in de stilte van de nacht.. Rustgevend en vredig. En zo in contrast met de hoog zoemende enthousiaste mug op zoek naar mijn bloed. Inmiddels was het bijna 4 uur ‘s nachts en ik begon moe genoeg te worden om te kunnen slapen ondanks de mug.

Hoewel ik erg van slapen hou, waren deze nachtelijke productieve uurtjes ook wel eens prettig. Van iets negatiefs iets positiefs maken was dus weer eens gelukt. Zo kroop ik dan ook tevreden weer terug in het zachte bed en pakte nog net wat uurtjes slaap tot de mug me ‘s ochtends vroeg weer vrolijk wekte.